For and against
Voor en tegen
By the end you can
- Argue for an opinion with reasons and examples
- Answer someone who disagrees with you
- Understand both sides in a short text
Words and phrases
| Dutch | Meaning | Example |
|---|---|---|
| ik ben voor | I'm in favour of | Ik ben voor telefoons op school, maar niet in de klas. |
| ik ben tegen | I'm against | Ik ben tegen een verbod, want kinderen moeten leren ermee om te gaan. |
| een argument | an argument, a reason (not a quarrel) | Heb je daar een argument voor? |
| ten eerste | firstly (ten tweede: secondly) | Ten eerste kunnen kinderen hun ouders bellen. |
| dat klopt, maar | that's true, but | Dat klopt, maar kinderen hebben ook rust nodig. |
| ik snap wat je bedoelt, maar | I see what you mean, but | Ik snap wat je bedoelt, maar ik zie het anders. |
| daarnaast | besides, in addition | Daarnaast is een telefoon handig in noodgevallen. |
| neem nou | take ... for example (informal) | Neem nou mijn dochter: zij is altijd bereikbaar. |
| het gevaar is dat | the danger is that | Het gevaar is dat ze minder buiten spelen. |
| kortom | in short | Kortom: een telefoon hoort niet in de klas. |
| een verbod | a ban (het verbod) | Veel scholen hebben al een verbod op telefoons in de klas. |
Then talk it through
A friendly argument about whether children should have phones. In the app you have this conversation out loud or typed, with the unit's goals to tick off and corrections at the end.