Open Björn
Dutch · B1 · Unit 23

For and against

Voor en tegen

By the end you can

Words and phrases

DutchMeaningExample
ik ben voorI'm in favour ofIk ben voor telefoons op school, maar niet in de klas.
ik ben tegenI'm againstIk ben tegen een verbod, want kinderen moeten leren ermee om te gaan.
een argumentan argument, a reason (not a quarrel)Heb je daar een argument voor?
ten eerstefirstly (ten tweede: secondly)Ten eerste kunnen kinderen hun ouders bellen.
dat klopt, maarthat's true, butDat klopt, maar kinderen hebben ook rust nodig.
ik snap wat je bedoelt, maarI see what you mean, butIk snap wat je bedoelt, maar ik zie het anders.
daarnaastbesides, in additionDaarnaast is een telefoon handig in noodgevallen.
neem noutake ... for example (informal)Neem nou mijn dochter: zij is altijd bereikbaar.
het gevaar is datthe danger is thatHet gevaar is dat ze minder buiten spelen.
kortomin shortKortom: een telefoon hoort niet in de klas.
een verboda ban (het verbod)Veel scholen hebben al een verbod op telefoons in de klas.

Then talk it through

A friendly argument about whether children should have phones. In the app you have this conversation out loud or typed, with the unit's goals to tick off and corrections at the end.