Moving countries
Naar een ander land
By the end you can
- Talk about what it's like to live abroad
- Discuss belonging and identity
- Understand someone's account of moving countries
Words and phrases
| Dutch | Meaning | Example |
|---|---|---|
| ik voel me hier thuis | I feel at home here | Ik voel me hier thuis, maar ik mis de zon. |
| heimwee | homesickness (heimwee hebben: be homesick) | In de winter heb ik vaak heimwee. |
| erbij horen | belong, fit in | Iedereen wil erbij horen. |
| tussen twee culturen | between two cultures | Mijn kinderen groeien op tussen twee culturen. |
| integreren | integrate | Het is makkelijker om te integreren als je de taal spreekt. |
| een nieuwkomer | a newcomer | Voor een nieuwkomer zijn de grappen het moeilijkst. |
| het inburgeringsexamen | the civic integration exam | Het inburgeringsexamen was moeilijker dan ik dacht. |
| een verblijfsvergunning | a residence permit | Ik heb een verblijfsvergunning aangevraagd bij de IND. |
| mijn moedertaal | my mother tongue | Met mijn kinderen spreek ik mijn moedertaal. |
| het land van herkomst | the country of origin | Ze gaat elk jaar terug naar het land van herkomst van haar ouders. |
| de Nederlandse nationaliteit | Dutch citizenship | Ik wil de Nederlandse nationaliteit aanvragen. |
Then talk it through
A podcast interview about your move to the Netherlands. In the app you have this conversation out loud or typed, with the unit's goals to tick off and corrections at the end.