Open Björn
Dutch · B2 · Unit 23

Persuading

Overtuigen

By the end you can

Words and phrases

DutchMeaningExample
overtuigenconvince, persuadeHoe kan ik je overtuigen?
stel je voorimagineStel je voor: een week op Terschelling, alleen wij met z'n vieren.
geef het een kansgive it a chanceKom op, geef het een kans!
wat heb je te verliezen?what have you got to lose?Probeer het gewoon. Wat heb je te verliezen?
op één voorwaardeon one conditionGoed, ik ga mee, op één voorwaarde.
je zult zien datyou'll see thatJe zult zien dat de kinderen het geweldig vinden.
prima, maar danfine, but thenPrima, maar dan kiezen wij volgend jaar.
toegevengive in; admitIk moet toegeven dat het er mooi uitziet.
ik ben omyou've won me over (informal)Oké, oké, ik ben om!
niet goed, geld terugsatisfaction or your money backProbeer het dertig dagen. Niet goed, geld terug!
op = opwhile stocks last (lit. gone = gone)Snel zijn, want op = op!

Then talk it through

Convincing your family to go on a holiday they don't want. In the app you have this conversation out loud or typed, with the unit's goals to tick off and corrections at the end.